Mijn werk vertrekt vanuit de spanning tussen de drang om betekenis toe te kennen aan de dingen om ons heen en het besef dat die betekenis nooit vastligt. Ik zie de werkelijkheid niet als iets eenduidigs; niet alles is te begrijpen, te benoemen of op te lossen. In plaats van een probleem te willen verhelpen, gebruik ik het vaak als uitgangspunt.
Ik werk vanuit het maken zelf. Door te tekenen, bouwen, schrijven en performen ontstaat een proces waarin betekenis niet vooraf bepaald is, maar zich gaandeweg vormt. Het werk is zo een tijdelijke configuratie: een manier om iets aan te raken zonder het definitief vast te zetten. Daarin zoek ik bewust naar vertraging en frictie en laat ik ruimte voor twijfel en misinterpretatie.
Taal helpt met duiden, maar laat ook altijd onvermijdelijk iets buiten beeld; wat we ervaren laat zich nooit volledig vastleggen of uitdrukken. Taal speelt in mijn werk vaak een dubbelzinnige rol. Ik gebruik woorden om betekenis te verschuiven, te kantelen, te verdraaien en te laten ontsporen. Zinnen haperen, struikelen of klappen dubbel. Er ontstaat zo ruimte voor misverstand en absurditeit.
De kunstmatige scheiding tussen maker, performer en docent bestaat voor mij niet. In het maken deel ik iets, door middel van performance denk ik en in educatiepraktijken wordt veel gemaakt en geproduceerd. Het zijn geen aparte rollen, maar verschillende ingangen tot hetzelfde proces.